‘De koe is pure alchemie’ // Interview Knack

‘De koe is pure alchemie’ // Interview Knack

In plaats van als N-VA-woordvoerder bagger te ruimen op de sociale media,
schept Bram Bombeek dezer dagen koeienmest uit de stal. Een gesprek met
deze Pallieter 2.0 over subsidieslurpende boeren, het beperkte nut van een
tractorrijbewijs en zijn weidekiekjes.’

Allee, ik zal het dan eens nalezen. For old times’ sake.’ Bram Bombeek lacht, hij was
zowaar vergeten om te vragen of hij dit interview kon nalezen voor publicatie. In zijn
tijd als N-VA-woordvoerder was dat nog een kwestie van leven of dood. Het is niet
uitgesloten dat journalisten met smaak hem toen weleens vergeleken met Cassius
Catastrofus, de in gifgroene tekstballonnetjes sprekende Romein uit Asterix-album
De intrigant. Sinds Bombeek ‘het moeras van de Wetstraat’ heeft verlaten voor de
sappige weiden van Wildebeek, zijn ouderlijke boerderij, heeft hij meer weg van
Pallieter, de dagenplukker uit Felix Timmermans’ gelijknamige lofzang op de natuur
en het boerenleven.

Een jaar geleden fronste menigeen de wenkbrauwen toen Bombeek zijn vertrek
aankondigde uit de politiek om Wildebeek over te nemen. Zijn ouders en
grootouders zelf plaatsten vooral vraagtekens bij zijn ambitie om de boerderij om te
vormen tot een regeneratief voedingsbedrijf. Voor hij uitlegt wat dat is, maken we
een wandeling op het erf en de omliggende landerijen. Boer Bram is vol geestdrift
wanneer hij de geschiedenis van de familieboerderij vertelt. ‘Dit is het levenswerk
van mijn grootvader. Voor de Tweede Wereldoorlog was landbouw in Vlaanderen
een aaneenschakeling van koterboerkes: elk een lapje grond, enkele koeien, een paar
varkens, wat kippen, een boomgaard. Erna kwam de specialisatie en is mijn
grootvader kunnen uitgroeien tot de boer met de grootste stal en tractor van het
dorp. Dat maakte hem trots.’

 

‘Ah, kijk: mijn infrastructuur.’ Bombeek grinnikt wanneer we de kooien passeren
waarin hij vorig jaar zijn eerste weidekiekjes heeft grootgebracht, kippen die konden
rondscharrelen in de wei. ‘Geen volautomatische megakippenstal van
honderduizenden euro’s, maar eenvoudige constructies van stalen buizen en
kippendraad die ik elke dag met de hand verzette.’

 

De stal, ooit het pronkstuk van het erf, is volgens Bombeek totaal versleten. ‘Een
normale boer zou hem afbreken en in de plaats een melkstal bouwen. Startprijs: 1
miljoen euro – meteen de schuldslavernij in. Ga ik niet doen.’ Hij lacht. ‘Ik zie hier later
wel een food market verrijzen, een belevingscentrum waar Bart Verhaeghe en zijn
Uplace een puntje aan kunnen zuigen.’

Wat maakte u zo ongelukkig in de politiek dat u zich liever in het harde
boerenbestaan stortte?
Bram Bombeek: Ik was niet ongelukkig, hoor. Na bijna tien jaar in de politiek was ik
me gewoon gaan afvragen wat ik de komende tien jaar zou doen. In de
kerstvakantie van 2018 las ik toevallig het boekje You Can Farm van Joel Salatin, de
paus van de regeneratieve landbouw. Ik was meteen verkocht.
Ik had al lang door dat ons landbouwmodel een race to the bottom was, maar ik zag
geen alternatief. Biolandbouw vind ik te romantisch. Maar Salatin sprak over
ondernemen zonder subsidies, over voedsel leveren aan je gemeenschap, aan
mensen die je in de ogen kunt kijken. En over rentmeesterschap. Je bodem is je
kapitaal. Je moet hem elk jaar aanvullen in plaats van hem met extractieve
landbouw uit te putten.

Legt u eens uit wat regeneratieve landbouw is.
Bombeek: Bij regeneratieve landbouw draait alles rond de bodem en de organische
koolstof in die bodem, in de volksmond humus genoemd. Die moet je elk jaar doen
toenemen, zodat je bodem rijker wordt en ook beter water vasthoudt. Per procent
organische koolstof die je in je bodem vastlegt, verhoog je het waterbergende
vermogen per hectare met 144.000 liter.
Vooral door hem niet te bewerken, maak je je bodem weerbaar. Daarom is een koe
het summum voor de regeneratieve boer. Ze heeft alleen gras nodig en zet dat om in
vlees en melk – en dus in geld – zonder dat de mens tussenbeide hoeft te komen. Een
koe is pure alchemie. Dichter bij het creëren van goud zijn we nooit gekomen.

Zijn varkens en kippen niet veel efficiëntere vleesproducenten?
Bombeek: Op basis van het ruimtegebruik wel. Als ik in onze stal kippen zou
kweken, zouden die me in 4 jaar tijd 15 ton vlees opleveren. Bij runderen is dat 500
kilo ofwel 30 keer minder. Maar kippen en varkens moet je wel mais en soja of graan
geven. En dat voer komt meestal van over de oceaan, wat een enorme impact heeft
op ons leefmilieu. Terwijl gras zomaar groeit, je hoeft daar niks voor te doen. Water
geven of bemesten, elk jaar de bodem omploegen met zware machines die massaal
fossiele brandstoffen verbranden: dat is allemaal niet nodig.
De bodem is het belangrijkste reservoir voor koolstof – dat wordt vaak vergeten in
het CO2-debat. Ploegen stoot gigantisch veel koolstof uit. Gras groeit vanzelf en
koeien zetten dat vanzelf om naar melk of vlees. Hoe simpel kan het zijn?

Tegenvraag: hoe rendabel is het?
Bombeek: Voor het leefmilieu en het klimaat: enorm. De economische kracht van
een regeneratief voedingsbedrijf zit in het gemengde karakter ervan en in de korte
keten. Vandaag is het crisis in de fruit-, de varkens-, de groente-, de melk- en de
kippensector. Wie heeft een boerenjaar gehad? De korte keten. Hoeveslagerijen
zagen hun winst met gemiddeld 55 procent stijgen.
Joel Salatin noemt het boerenbedrijf een stoel met vier poten: productie, verwerking,
distributie en marketing. In productie zijn de meeste boeren goed. Ze zorgen voor
goedkoop voedsel dat voldoet aan hoge kwaliteitsnormen. De overige poten zijn een
ander verhaal. Het schuim van de verkoop verdwijnt in de zakken van de
supermarkten, want zij verzorgen de distributie. De boer krijgt de kruimel die van de
tafel valt. Salatin zegt: ‘Produceer, verwerk, distribueer en verkoop je product zelf.
Mik op de euro van de consument.’ Voor elke euro die een gewone boer krijgt voor
zijn vlees, krijg je er in de korte keten drie. Voor hetzelfde loon heb ik dus drie keer
minder vee nodig.

Voor regeneratieve landbouw zijn bovendien veel minder machines nodig. Een
tractor is pure kapitaalvernietiging! Hij kost 25.000 euro per trede, en de meeste
tractoren hebben er minstens drie. Je moet ervoor lenen, hij zakt in waarde zodra je
er de stal mee uitrijdt, en hij moet dag en nacht draaien om rendabel te blijven – en
de boer dus ook. Dat is roofbouw op je eigen lichaam en op het milieu.
Je moet investeren in ‘infrastructuur’ die tóéneemt in waarde. In je dieren. Neem
mijn weidekiekjes. Die gaan in twee maanden tijd van 50 cent naar een verkoopprijs
van 25 euro.

Kun je groenten kweken zonder de bodem te bewerken en te ploegen?
Bombeek: In Ridgedale, de regeneratieve boerderij van de Brit Richard Perkins in
Zweden, kweken ze groenten in dikke lagen humus en compost. Je kunt de wortelen
er gewoon uitnemen en het gat weer toedekken zonder de bodem te verstoren. In
Vlaanderen putten we onze bodem totaal uit met de groentekweek in volle grond en
vooral met aardappelen. Die zijn zo uitputtend dat je ze eigenlijk om de drie jaar zou
moeten kweken. Maar wij zijn er kampioen in, want we sturen aardappelen in allerlei
diepvriesproducten verwerkt de wereld rond.

U bent vorige zomer op stage gegaan bij Ridgedale. Wat hebt u daar geleerd?

Bombeek: Ridgedale is dé plek in Europa om regeneratieve landbouw te ontdekken.
Richard Perkins, een tenor in de branche, heeft er in vijf jaar tijd en op amper 4
hectare een ecologische oase gecreëerd die cijfers draait waar boeren met veel
grotere bedrijven alleen van kunnen dromen. Daar zijn mijn ogen dehnitief
opengegaan.
Ik wist al lang dat het schimmenspel genaamd ‘regeringsonderhandelingen’ nooit
zou uitmonden in een eerbaar compromis, maar in een Vivaldi-regering met
Alexander De Croo (Open VLD) als premier. Nog voor de coronacrisis losbarstte, had
ik al beslist de politiek te verlaten. Op 25 maart, kort nadat de eerste lockdown was
afgekondigd, verkocht ik onze eerste koe. En hoewel dat sindsdien elke drie weken
is gelukt, twijfelde ik nog. Joel Salatin lezend dacht ik vaak: dit is te mooi om waar te
zijn. In Ridgedale bleek dat het geen hippiedroom is maar een realistisch
bedrijfsmodel waarin je je niet hoeft dood te werken.
Mijn frank is echt gevallen toen ik hoorde voor welke hindernissen mijn
medecursisten stonden.

Hoezo?

Bombeek: Net als ik waren dat veelal dertigers die hun bureaujob wilden opgeven
voor de boerenstiel. Maar zij moesten daarvoor veel risico’s nemen, sleepten soms
studieschulden met zich mee of moesten lenen om dure en schaarse grond te
kunnen kopen. Ik werd er stil van omdat ik besefte dat ik alles al had. De beesten,
het land, de afzetmarkt. En marketing, voor de meeste boeren dé missing link om
over te schakelen, was nu net de enige vaardigheid die ik na al die jaren in de politiek
had opgedaan.
Toen ik terugkwam van Zweden, was ik overtuigd. Ik moest Wildebeek
transformeren tot een gemengd kleinschalig korteketenvoedingsbedrijf.

Waren uw ouders meteen mee?
Bombeek: (lacht) Ze verklaarden me gek. Mijn moeder vindt me nog altijd geen
echte boer, omdat ik geen tractorrijbewijs heb. Maar hun scepsis over de korte keten
is grotendeels weg sinds onze eerste verkoop. Iedereen die toen vlees heeft
gekocht, is blijven terugkomen en heeft nieuwe klanten aangebracht. Je hebt zo’n
100 klanten nodig om elke maand een koe te verkopen. Die had ik in zes maanden
tijd. Die cruciale horde hebben we vlot kunnen nemen dankzij de turbo die corona
heeft gezet op de korte keten.

Intussen verkocht u niet alleen rundsvlees, maar ook weidekiekjes en
graskalkoenen. U denkt ook aan leghennen voor eieren.
Bombeek:Mijn ouders vreesden voor de kippen: ‘Wie wil er nu 25 euro voor een kip
betalen? Als je er 500 verkoopt, zal het veel zijn.’ (glimlachend) Niet alleen heb ik de
eerste 800 vlot verkocht, bij de laatste koeverkoop vroegen de klanten ook wanneer
er weer verse waren.
Dat is pas echt een boost voor mijn ouders: de herstelde band met de klant. Ons
vlees verkochten wij vroeger aan de vleeshandelaar. Een sympathieke mens, daar
niet van, maar dat blijft een zakenrelatie. Zet daar veertig mensen tegenover die hier
op je erf je vlees staan te bestoefen en vragen of er geen extra kraaibiefstuk is. Die
emotionele beloning hebben mijn moeder en vader nooit gehad, en veel boeren met
hen.

Waarom maken boeren dan niet massaal dezelfde keuze als u?
Bombeek: Ik wil niemand de les lezen. Omschakelen naar een kleinschalig gemengd
bedrijf is een serieuze inspanning. De boekhouding van zo’n directe verkoop aan
consumenten, daar raak je dus niet aan uit, hè. En ik ben dan nog jurist. En er is die
schuldslavernij, die vaak van generatie op generatie wordt doorgegeven. Wie 1
miljoen euro af te betalen heeft, kan niet flexibel zijn.
Wat bedoelt u eigenlijk met schuldslavernij?
Bombeek: 1,5 miljoen euro investeren in een megastal. Daarvoor moet je lenen bij
de bank en een contract afsluiten met een voederleverancier. Wie pech heeft en niet
voldoende rendement behaalt, wat bijna altijd het geval is, wordt slaaf van de bank
of van die leverancier en in het slechtste geval van alle twee. Mijn grootste
investeringen waren een vacumeermachine van 1600 euro en die
zelfbouwkippenrennen van zo’n 2000 euro. Dat verdien je terug in één jaar.

Hebt u veel contact met andere boeren?

Bombeek: Niet echt, nee. Ik ga enthousiast naar infosessies over rotatiebegrazing of
een betaald vrijwilligersstatuut in de korte keten. Maar op de vakbeurs Agrilanders
naar nieuwe tractoren gaan kijken? Nee, bedankt. Ik zal wel een curiosum zijn – dat
vinden mijn ouders ook nog altijd. Maar ik heb wel skin in the game, ik neem risico
en doe waar ik in geloof.

Maar een tractorrijbewijs zult u niet behalen?
Bombeek: (blaast) Ik zie niet in waarom ik dat zou doen. Een rijbewijs voor een
aanhangwagen, dat wel.
Mijn ambitie is bijvoorbeeld om hier dingen op te zetten als het oorspronkelijk Finse
REKO-systeem. Daarbij bieden vlees- en groenteboeren, maar ook bijvoorbeeld
bakkers, hun waren per regio aan in een Facebookgroep. Leden van die groep
kunnen hun bestelling afhalen op een geïmproviseerde boerenmarkt. Dat is voor de
consument net zo handig als de supermarkt, en de boer weet op voorhand wat hij
zal verkopen.
Zoiets staat of valt met kritische massa. In de REKO van Ridgedale zitten 11.000
mensen: daar kun je iets mee.

Wat zijn de plannen met Wildebeek?

Bombeek: Verder teruggaan naar de tijd waarin er meer verschillende dieren waren
en elk dier een functie had. Ik denk dus ook aan leghennen en ik wil de boomgaard
terug. Mijn grootvader heeft die weggedaan omdat de bomen in de weg stonden van
de machines en de koeien zich konden verslikken in de appels. Maar machines heb
ik niet en in de moderne hlosohe zijn fruitbomen een extra inkomensbron: je kunt
het fruit of het sap ervan direct verkopen aan de consument.

Een partijgenoot van u in Beernem,Gijs Degrande, roept boeren op om weer bomen

en hagen aan te planten op en langs weilanden en akkers. Bij gewassen reduceert
dat de windschade, bij dieren de hittestress en zonnebrand. De melk- en
vleesproductie wordt erdoor verhoogd.
Bombeek: De schaduw van die bomen maakt het land bovendien beter bestand
tegen droogte en hitte. Tot een derde van je grasland mag in de schaduw liggen
zonder dat je opbrengstverlies lijdt. Het idee dat de natuur zoekt naar evenwicht en
dat wij mensen dat niet per se beter kunnen, is niet louter ecoromantiek. Het is ook
een conservatief inzicht. We moeten respect hebben voor het geheel en bescheiden
zijn over onze plaats erin.

Toen u daarnet kritiek had op de schuldslavernij dacht ik: voelt deze boer zich
vertegenwoordigd door de Boerenbond?
Bombeek: (blaast) Eigenlijk niet. Laat ik eerst zeggen dat de Boerenbond te
gemakkelijk wordt gebasht, zowel vanuit groene hoek als door de N-VA. Net zoals de
vakbonden is hij een competente dienstverlener voor zijn leden. Maar als
grootaandeelhouder van KBC en participant in meststof- en voederbedrijven is hij
natuurlijk ook totaal verweven met de schuldslavernij. Het Algemeen
Boerensyndicaat is dat niet.
Daarnaast vind ik dat boeren ondernemers zijn, en ondernemers mogen niet
afhankelijk zijn van subsidies of van de lange arm van hun corporatistische
vereniging. De megastallen zijn een perfecte illustratie van de perverse effecten
daarvan. Van alle aanvragen die tot bij de minister kwamen, werd vroeger 80 procent
goedgekeurd. Nu wordt 90 procent afgekeurd. Toch is er niks aan de wet veranderd.
Hoe leg je dat uit?

Gokje: de huidige minister van Leefmilieu, Zuhal Demir, is lid van de N-VA en dus
niet van de CD&V, de partij waarvan de Boerenbond nog altijd een machtige stand
is.
Bombeek: Voilà. Het is pure politieke willekeur. Voor alle duidelijkheid: de N-VA gaat
niet vrijuit, ze zit daarvoor al te lang in de Vlaamse regering. Na al mijn jaren in de
politiek schaam ik me voor het onvermogen om daar iets aan te doen. Zeker sinds ik
de starterscursus landbouwer volg.
Neem het mestactieplan. Daar heb ik als jurist en als boer ernstige vragen bij. Sinds
de invoering van het eerste mestdecreet in 1991 is de regelgeving alleen maar
strenger geworden en de bodem- en waterkwaliteit alleen maar slechter. Tegelijk
stellen ze in Brussel tot hun grote verbazing vast dat de helft van alle
mestovertredingen intussen gelinkt is aan kunstmest. Tja, als je dierlijke mest in de
ban doet en kunstmest de vrije loop geeft, kun je toch voorspellen dat boeren gaan
bijmesten met kunstmest? En dat denken ze nu op te lossen met een
kunstmestregister. Met andere woorden: weer heilloze bureaucratische regeltjes die
niets te maken hebben met de praktijk.

Hoe moet het dan wel?
Bombeek: De overheid moet gewoon met boeren afspreken dat ze in vijf of tien jaar
hun bodem moeten verbeteren. Dat is het eigenlijke doel van het mestactieplan.
Voer elk jaar een bodemcontrole uit, maar laat de boer zelf bepalen hoe hij dat
resultaat bereikt.
Door te focussen op één parameter, de bodemkwaliteit, pak je in dezelfde beweging
ook de droogte aan, de ondermaatse waterkwaliteit en het mentale welzijn van
boeren. Dat welzijn lijdt namelijk het meest onder de almaar strengere en
complexere regelgeving, leert onderzoek van het Instituut voor Landbouw-, Visserijen
Voedingsonderzoek (ILVO). Zelfs ik als jurist begrijp het niet meer. Het mag
vreemd klinken in Brussel, maar de meeste boeren zijn geen master in de rechten,
hè.

Vindt u dat we minder vlees moeten eten?
Bombeek: (grijnst) Wie dat tegen mij zegt, spoort me alleen maar aan om een
tweede stuk vlees te eten. Mijn vrienden van slagerij Vande Walle in Kluisbergen,
waar ik mijn dieren laat slachten, hebben de slogan ‘Eet minder vlees maar beter
vlees’ bedacht. ‘Beter’ is de crux. We stemmen allemaal drie keer per dag over ons
voedselsysteem, en dat ons hele leven lang. Als individu kun je niet direct iets doen
tegen het systeem dat soja uit Zuid-Amerika naar hier brengt. Je kunt er wel voor
kiezen om in de supermarkt geen kip van 2,50 euro te kopen die met die soja werd
gevoederd in een megastal.
Het inkomen van rundveehouders was volgens de Boerenbond de laatste tien jaar
negatief. Het kóst hun geld om jouw goedkope vlees te produceren. Sta daar eens
bij stil wanneer je steak koopt in de supermarkt. Je verandert niets door minder
vlees te eten als je niet ook stopt met goedkoop supermarktvlees te kopen. Het
vlees dat jij laat liggen, vliegt gewoon de wereldmarkt op.

Wat zou u doen als u het voor het zeggen had?
Bombeek: Alle subsidies afbouwen. Dat is waar ik als N-VA-kiezer voor stem.
(grijnst) Maar ik heb niet de indruk dat mijn ministers daarmee bezig zijn. Politici
moeten boeren behandelen als ondernemers en zorgen voor rechtszekerheid en
minder bureaucratie. En boeren moeten ook hun verantwoordelijkheid nemen.
Terwijl ondernemers normaal zoeken naar niches die meerwaarde creëren wanneer
een markt niet genoeg oplevert, kijken zij altijd naar Europa en CD&V-ministers voor
subsidies. Dat is niet gezond.

Tot slot: wat hebt u over de politiek geleerd door haar te verlaten?
Bombeek: (lacht) Dat de slinger is doorgeslagen naar profilering en communicatie.
Een parlementslid moet deugdelijke wetten maken, niet constant twitteren. Ik zal
voor eigen deur vegen. Ik hou nog altijd van de N-VA, maar ik kan me ergeren aan
Vlaamse N-VA-ministers of -parlementsleden die er onvoldoende in slagen om de
bureaucratie terug te dringen en rechtszekerheid te garanderen. Op dit moment zijn
wij niet aan het bewijzen dat we wat we zelf doen beter doen. Dat is problematisch.
Als ik gebleven was, was ik onvermijdelijk rancuneus geworden. Zo betreur ik het
sentiment tussen de Open VLD en de N-VA. Met Egbert Lachaert schiet ik goed op.
Terwijl onze partijen hetzelfde moeten nastreven, kunnen ze elkaars bloed drinken.
In plaats van een glaasje mee te drinken, ging ik liever iets anders doen. Wanneer we
weer op café zullen kunnen, zal ik me niet meer schamen om te zeggen waarmee ik
mijn brood verdien. Het afgelopen jaar is het aanzien van de politiek alleen maar
verder onder nul gezakt. Dat wordt gesust door met geld te gooien, maar ooit komen
de coronarekeningen op tafel. En dan zal de antipolitiek een enorme vlucht nemen.
Nee, we zijn nog niet aan de nieuwe patatjes.

Tekst: Simon Demeulemeester

Chicken Liberation Front: welzijn van weidekiekjes

Chicken Liberation Front: welzijn van weidekiekjes

Vorige week heeft een ongetwijfeld goedmenende dierenvriend de deuren van mijn mobiele kippenstallen opengezet en de kippendraad losgescheurd. Een goede gelegenheid om iets te schrijven over dierenwelzijn in de kippenkweek.

Koning Kip

Ver zijn mijn kippen voor alle duidelijkheid niet gaan vliegen. De moderne vleeskip is een biologisch wonder, maar geen wild dier dat zomaar een nieuw leven in de vrije natuur kan beginnen. Zoals ze rondwaggelen met hun komisch dikke borsten – 75% van de waarde van de kip in het Westen zijn de filets – tendeert hun overlevingskans redelijk snel en onherroepelijk naar nul.

De intensieve pluimveeteelt is een recente uitvinding. “A chicken for every pot” was rond de jaren ‘30 van de vorige eeuw een bekende campagneslogan van de Republikeinen. Kip op zondag was het symbool van de Amerikaanse welvaart.

Tot de tweede wereldoorlog draaide de landbouw om de koe, niet voor haar vlees of melk, maar voor haar fertiliteit. De kouters in Vlaanderen waren akkers omringd door weiland, waarbij de grazers voor de vruchtbaarheid op het veld moesten zorgen.

Toen de Vlamingen in de Middeleeuwen de landbouw innoveerden met hun drie- en vierslagstelsels, bestond 80% van ons dieet uit graan. Het zou decadent geweest zijn om graan te voederen aan de kip die ook een ‘granivoor’ is in plaats het zelf op te eten. De boerenwijsheid was dat 3 kippen de boer voeden en 6 kippen moeten gevoederd worden. Kippen moeten zelf hun restjes bij elkaar scharrelen.

Vandaag is er graan in overvloed en dat heeft de kip de koning van de intensieve veeteelt gemaakt. Van de 309 miljoen dieren die jaarlijks in België geslacht worden (dat is een getal om terecht van te duizelen) maken kippen met 300 miljoen de overweldigende meerderheid uit. In een doorsnee Vlaamse stal voor 40000 vleeskuikens wordt op 6 weken bijna 100 ton levende kip gekweekt.

Genetische selectie met hybride eindkruisingen verdubbelde de groeisnelheid van de vleeskip in vergelijking met 50 jaar geleden. Vitamine-additieven in het voeder verschoven de productieve van relatief extensieve stallen naar industriële hallen zonder ramen en natuurlijk licht, wat de kosten enorm kon drukken.

De vraag naar het “gezondere” witte vlees van kip werd dan weer aangezwengeld door de ontwikkeling van de chicken nugget door McDonalds in de jaren tachtig. Ironisch genoeg bestaat de helft van de calorieên van de chicken nugget uit maïs-derivaten.

Vitamine D in voeder vanaf de jaren ’60. Vanaf de jaren ’80 werkt de chicken nugget op de vraagzijde.

Bio-kip en uitloop

De gangbare vleeskippenhouderij is vooral in Vlaanderen verspreid, maar het klein miljoen bio-kippen dat geslacht wordt in België komt vooral uit Wallonië. Bio-kippen zijn meestal trager groeiende rassen waarvan er 6 per vierkante meter mogen gehouden worden en maximum 4800 per stal. Ze hebben ook toegang tot een uitloop van 4 vierkante meter per kip. Mijn weidekiekjes zijn dus de eerste vleeskippen in een commercieel systeem die de meeste mensen in de levende lijve zien, en daar komen terecht soms wel kritische vragen over vrije uitloop en of ze wel genoeg plaats hebben.

De mobiele hokken van de weidekiekjes meten 3 op 4 meter voor het klassieke Salatin-ontwerp, en 3 op 6 voor de grotere metalen structuren. In de Salatin-hokken zitten 75 kippen, in mijn eigen mobiele serres zitten er een honderdtal. Net als bij de biologische kippen zijn er dus 6 kippen per vierkante meter.Volgens Europees onderzoek nemen de welzijnsproblemen fors toe vanaf 10 kippen per vierkante meter, of 25 kg/m². In het gangbare systeem zitten 15 tot 19 kippen per vierkante meter samen of omgerekend een gewicht tussen de 33 en de 42 kilo per vierkante meter.

Het verschil tussen een weidekip en een bio-kip is dat we onze weidekippen dagelijks naar een vers stuk gras verplaatsen, terwijl een bio-kip het met haar uitloop moet doen. Het probleem daarmee is dat minder dan 10% van de bio-kippen ook echt van die uitloop gebruik maken. Een kip blijft een schuchter bosdier dat zich niet comfortabel voelt zonder beschutting. Dat wil zeggen dat een minder van de kippen ook echt de voordelen van extra beweging en natuurlijk scharrelgedrag genieten, terwijl het overgrote deel met de kwalen van de stationaire stal blijft zitten.

Volgens onderzoek van het ILVO heeft bijna de helft van de gangbare kippen last van een vorm van kreupelheid. In de biologische houderij is dat nog altijd één op vier. Bijna vier of vijf kippen hebben voetzoollaeses – een soort van brandwonde door vervuild strooisel – en tot 40% van de gangbaar gehouden kippen krijgt last van hakdermatitis. De weidekipjes die dagelijks naar nieuw gras gaan en van hun mest weg bewegen, kennen die problemen niet. Ook in een hittegolf zijn kippen beter af op de wei: want terwijl een kip tot 38° kan verdragen, is het hun natuurlijk gedrag om languit op de grond te gaan liggen om zo af te koelen. Dat kan uiteraard niet in strooisel dat al broeierig wordt. (Video van Britse wetenschappers die een kreupelheidsscore voor vleeskippen hebben ontwikkeld)

Een vleeskip is hoe dan ook geen groot atleet. In het gangbare systeem brengen ze meer dan 70% van hun leven zittend door. Bij een legkip is dat bijvoorbeeld maar 30%. Zeker als ze gegeten hebben, gaan kippen onherroepelijk in siësta-modus. De weidekipjes krijgen daarom geen constante toegang tot voeder, we laten ze op hun honger zitten wat hun juist doet bewegen.

Rond 8 uur ‘s morgens worden de koten verzet naar nieuw gras, en pas tussen 10 en 11 uur worden de kippen voor het eerst gevoederd. Dat garandeert dat ze eerst gras en insecten pikken. Net als de bio-kippen met uitloop, zijn de weidekipjes vooral ‘s morgens en ‘s avonds actief. De extra beweging vertaalt zich in een daling van de voederconversie van de Ross 308. In het gangbare systemen hebben de kippen 5 kilo voeder nodig om op 2.5 kilo levend gewicht te komen, op de wei hebben ze 10 kilo nodig om op 3.5 kilo levend gewicht te raken.

Een andere indicatie dat weidekiekjes echt gezonder zijn is het antibioticagebruik. In principe zijn de Ross-kuikens fragieler dan de traaggroeiende rassen van de bio, maar bij ons kunnen ze wel al na 3 weken buiten terwijl ze in de bio pas na week vijf toegang krijgen tot de uitloop. Waar bij gangbare bedrijven ongeveer 10% van de cyclus antibiotica wordt toegediend, is dat bij weidekiekjes een overtuigende nul procent.

Scharrelen in het gras, vitamine D aanmaken met de zon, vrij van pootproblemen… kippen buiten houden heeft onnoemelijke voordelen, maar even belangrijk voor dierenwelzijn is niet doodgebeten worden door de vos. Daar was toen ik met weidekiekjes begon scepsis over; maar tot vandaag (hout vasthouden) heb ik nog altijd geen enkele kip verloren aan roofdieren. Mensen van wie de hele kippenstal werd doodgebeten spreken mij nochtans regelmatig aan in de Kouter.

De vos kan makkelijk door de draad bijten of onder de randen van de stal graven als hij wil. Ik vermoed dan ook dat de bescherming voor de kippen vooral in de kracht van hun getal zit. Op één of andere manier is 100 kippen in een mobiel hok een voldoende dichte massa om een vos af te schrikken. Richard Perkins – mijn mentor in de regeneratieve landbouw – past op zijn boerderij in Zweden een model met meer uitloop toe, maar dat komt pas echt tot zijn recht vanaf 1000 kippen per ronde – opnieuw: om roofdier voldoende te kunnen intimideren – en daar zitten we nog lang niet aan.

Ethisch vlees

Voor iedere Vlaming die vegetariër wordt, staan er honderd Ghanezen klaar om onze kippen te kopen. De onherroepelijke logica van de globalisering is verdere intensivering voor steeds kleinere marges en een consument die steeds verder van zijn voedsel afdrijft. Dat de grootschaligheid en de bulkproductie een kilo kip goedkoper heeft gemaakt dan een liter bier moet ook boeren en fervente vleeseters aan het denken zetten.

Discussies op buikgevoel helpen ons zelden echt vooruit. Zonder referentiekader van feiten en cijfers wordt perfect al gauw de vijand van beter, en dat mag niet de bedoeling zijn. Weidekippen zijn niet alleen een superieur product qua smaak, maar zijn ook de oplossing voor concrete en reële welzijnsproblemen.

Kies jij al voor ethisch vlees? Waarom wel? Waarom niet? Ik hoor het graag. 

Nu donderdag en vrijdag zijn er verse weidekiekjes te verkrijgen. BESTELLEN VIA DE LINK

Meer en beter boeren

Meer en beter boeren

Nee, we moeten economische groei niet in vraag stellen om het klimaat te redden. Met een andere manier van boeren moeten we zorgen voor de groei van morgen, niet door meer maar door beter te produceren.

Vaak heb ik de voorbije weken de vraag de vraag gekregen of ik nu met mijn gloedvolle betogen over de korte keten en boeren met de natuur linkser was geworden. Als ik mijn collega Bavo Verwimp hoor pleiten om economische groei in vraag te stellen, gaan mijn rechtste stekels toch nog steeds rechtop staan. Het eerste wat in dit land in de problemen komt zonder economische groei is de sociale zekerheid. De pensioenuitgaven groeien met 5 % per jaar. Als je dat moet betalen van een koek die niet groter wordt, dan zullen we snel aan de kruimels zitten. Hoe gaan we de 800 miljoen Chinezen die voorbije decennia uit bittere armoede ontsnapt zijn overtuigen dat die economische groei toch niet zo belangrijk is? Onze Europese economieën verzoenen bovendien groei en lagere uitstoot. De absolute kampioenen zijn trouwens de Baltische staten, net landen die uit een ander economisch paradigma kwamen. Concurrentie en globalisering sloten de oude industrieën van het communisme. Dankzij economische groei sterven we niet meer door natuurrampen zoals vroeger, maar door welvaartsziekten.

Toch wil ik niet op een reductionistische manier alleen naar de uitstootcijfers kijken. De biologische landbouw is daar ironisch genoeg het beste voorbeeld van. Als ik biovoer koop voor mijn kippen dan komt het graan uit Oekraïne. Als ik gangbaar voeder koop, dan komt het graan uit Duitsland of Frankrijk. Volgens een Nederlandse studie stoten de traaggroeiende biokippen door hun lagere voederconversie en hoger landgebruik méér CO2 uit dan hun tegenhanger in het gangbare systeem. Wie alleen naar zijn uitstoot wil kijken, eet dus beter Oekraïense plofkip.

Even belangrijk dan uitstoot vermijden is immers om koolstofdioxide terug in de bodem te stoppen waar hij vandaan komt. Vooral op dat vlak kan de gangbare landbouw veel van de bioboeren leren. Op een lezing bij Geert Noels onlangs rekende Paul Hawken van Project Drawdown voor dat het verhogen van organische koolstof in landbouwbodems met 1,5% er voor zou zorgen dat 1000 gigaton (!) CO2 terug wordt gecapteerd op aarde. Dat is 25 keer de huidige werelduitstoot.

De technieken om de bodem te herstellen zijn verzameld onder de noemer ‘regeneratieve landbouw’. De voorbije maanden ontmoette ik uit heel de wereld jonge mensen die hun goedbetaalde kantoorbanen lieten staan om te boeren. Op mijn boerderij betekent dat helemaal niet minder, maar meer en beter produceren. Beter dan wat je in de winkel kan vinden en meer dan alleen vleesvee zoals vandaag. Meer en beter betekent de gemengde boerderij van in de tijd van mijn grootouders herstellen. Eieren, kippen, varkens, fruit van de boomgaard. Voor de consument betekent het lekkerder en gezonder voedsel dan hij in de supermarkt kan vinden.

De systeemverandering die we nodig hebben is dus niet minder groei of meer bio, maar het herstellen van de band tussen de consument en producent. De korte keten moeten groeien en sterker worden. In plaats van te pleiten voor een transitie naar een ander economisch systeem, moeten we beseffen hoeveel democratische macht de vrije markt ons geeft. Over ons voedselsysteem stemmen we drie keer per dag, heel ons leven lang, met ieder euro die we uitgeven. Wij kunnen kiezen voor een landbouw die de bodem herstelt, wij kunnen boeren weer emotioneel en financieel lonend maken. Het is de grootste klimaathefboom die we hebben.

Opiniestuk in De Standaard van 16 december 2019. In de krant verscheen een verkorte versie.

 

foto van Wildebeek.

De koe en haar boeren

De koe en haar boeren

Deze week at de familie Bombeek bij Hof Ten Bruul in Haaltert, een aanrader voor iedere vleesliefhebber. In de rijpingskast op de foto hangen alleen carrés van oude, vette melkkoeien. De Basken noemen die koeien ‘txogitxu’ en hun culinaire traditie om het vlees van die koeien te eten raakt stilaan verspreid over de rest van Europa. Chef JP gelooft dat smaak maar ontwikkelt met ouderdom en voldoende vetaanzet. Het vlees van oude dieren is uiteraard taaier, en daarom moeten ze gerijpt worden. Maar gegrilld op verkoold hout is een entrecôte of ribeye van zo’n melkkoe een fenomenale smaakbom.

Ook voor het vlees dat wij willen verkopen kiezen wij voor oudere koeien die al een paar keer gekalfd hebben, waardoor er al meer vetontwikkeling is. Onze Belgische Wit-blauwe zijn waarschijnlijk het meest economische vleesras ter wereld met een slachtrendement van 70% en hoger, en bijna dubbel zoveel ‘edele’ stukken als andere rassen. Voor het stierenvlees dat in de supermarkten verkocht wordt komt daar ook de snelle groei en de hoge voederconversie bij.

Toch zou het door het grootste deel van onze geschiedenis een beetje decadent geweest zijn om koeien alleen voor hun vlees te houden. Een koe die waardeloos gras kan omzetten in voedzame melk, dat was letterlijk een ‘cash cow’. Dichter bij alchemie zijn we nooit geraakt. Daarnaast zorgde de koe voor pk’s om het veld te bewerken en voor fertiliteit om het veld te bemesten. Voor de kleine Vlaamse boertjes was hun koe na hun huis hun dierbaarste bezit en gewoon een deel van het gezin.

“De werkman wil beafstukken”, riepen de socialisten.(*) Het verlangen om rundsvlees te democratiseren was de drijfveer voor de pure vleesrassen. Het is niet toevallig dat de genetica daarvoor van over het Kanaal kwam, want Engeland was als voorloper van de industriële revolutie rijk genoeg was om koeienrassen zoals Hereford en Shorthorn specifiek voor vleesproductie te selecteren. Onze Wit-blauwe en Oost-Vlaamse koeien zijn kruisingen van lokaal vee met de Durham-stieren die vanaf de tweede helft van de 19de eeuw werden ingevoerd. Melkproductie werd dan weer quasi-gemonopoliseerd door de Fries-Amerikaanse Holsteinkoeien. Die specialisatie zorgt er ironisch genoeg voor dat de totale rundveestapel in Europa fors gedaald is in vergelijking met 50 jaar geleden, terwijl de productie is gestegen.

Het is tragisch en ironisch dat de koe die doorheen haar geschiedenis zo nuttig en waardevol was vandaag steeds meer als de klimaatboeman gezien wordt. Op de website The World in Data van Max Roser vond ik deze grafiek die toont hoeveel CO2-uitstoot nodig is voor de productie van een kilo rundsvlees. De transportkilometers wegen niet erg door in het eindresultaat, maar ‘land use change’ en methaanemissie wel. Hoewel ik een geweldige fan ben van The World in Data is dit toch veel te kort door de bocht.

‘Land use change’ is de meest onderschatte bron van CO2-uitstoot, zeker wanneer je, zoals in Zuid-Amerika gebeurt, bos kapt om er graasland of een soja-plantage van te maken. Soja is het populairste gewas ter wereld geworden, en wordt aanzien als één van de grootste bedreigingen voor het Braziliaanse regenwoud. Alleen… runderen in Vlaanderen eten veel maïs, maar nauwelijks soja. Onze import van soja dient voor de intensieve kippen- en varkensteelt. Het probleem van land use bij ons is net het omgekeerde als in Zuid-Amerika: hier dreigt permanent grasland verloren te gaan aan akkerbouw en groententeelt, wat exact het soort van land use change is dat voor extra CO2-uitstoot zou zorgen. De overheid wil dat natuurlijk graag tegenhouden met wetten en decreten, maar door grasgevoerd rundsvlees van hier te eten kan u dat veel economisch en culinair interessanter voorkomen.

De tweede en nog belangrijkere bron van emissies is natuurlijk de methaanuitstoot, de fameuze enterische emissies of boeren van de koe. Ondertussen weet iedereen dat de methaan die vrijkomt bij de vergisting in de magen van de koe een veel krachtiger broeikasgas is dan CO2, tot 27 maal sterker. Alleen: het breekt ook veel sneller af. Terwijl CO2 uit fossiele brandstoffen honderden jaren in de atmosfeer kan blijven cumuleren, valt methaan na tien tot twaalf jaar uiteen. Hoewel de gangbare landbouw met plezier op zoek gaat naar oplossingen uit technologie en voeder, mag je methaanemissie daarom niet zien als een ‘extra’ bron van opwarming.

Een koe die gras omzet in melk en vlees verdient dus eerherstel. Het blijft de meest hernieuwbare vorm van landbouw hoewel men u graag anders wil doen geloven. Melkkoeien die in hun leven tienduizenden liters melk hebben gegeven, verdienen dan ook beter dan een anoniem einde in hondenvoer of de bulkproducten van de vleesindustrie. Voor mij is dat een regeneratief project om in de praktijk te brengen. De smaak is alvast superieur, dat kan u in het Hof ten Bruul gaan vaststellen.

(*) De uitspraak wordt vaak aan de Gentse socialist Edouard Anseele toegeschreven, maar komt eigenlijk van Cyriel Buysse in zijn roman ’n leeuw van Vlaanderen.

Hoe oud wordt een kip?

Hoe oud wordt een kip?

HOE OUD WORDT EEN KIP?

HOE OUD WORDT EEN KIP?"Hoe oud wordt een kip?", was in 2019 de tweede meest gestelde hoe-vraag op Google. 🐓👀Het is ook écht een interessante vraag. Om te beginnen hangt het er al van af of het kippen voor eieren zijn, of kippen voor vlees. Een hybride legkip is op 18 weken klaar om te leggen en begint na een jaar begint het legpercentage te zakken. Dat betekent het einde tenzij ze een hobbyhouder vinden die hen wil adopteren.Een vleeskip wordt in de gangbare kippenhouderij al op 5 weken geslacht. De traag groeiende rassen van de biologische landbouw zoals de Sasso moeten volgens de regels 10 tot 11 weken oud kunnen worden. En dan is de nog interessantere bijvraag: wat is nu het meest ecologisch? De biokip of de kip uit de industrie? Want de Ross 308 is als doorgefokte hybride misschien het meest efficiënte landbouwdier op aarde. Voor iedere kilo kippenvlees van de Ross is er maar 1,7 kilo voer nodig. Een biokip heeft een veel lagere voederconversie en moet dubbel zo lang gevoed worden. En dan komt er nog eens bij dat de biologische landbouw meer land nodig heeft dan de gangbare om dezelfde hoeveelheid graan te produceren. Niet dat ik u daarom de consumptie van Oekraïnse plofkippen aanraadt om uw klimaatgeweten te sussen. We weten allemaal hoe hoog de ziektedruk is als tienduizenden dieren samen in een stal zitten; hartaanvallen, tumoren, poten die het begeven… Smaak ontwikkelen doen ze ook al niet, zo zonder beweging. Als we zijn wat we eten, dan is het gewoon geen goed idee.In de regeneratieve landbouw worden kippen 8 à 9 weken oud. Het zijn de gangbare Ross-hybrides, maar ze hebben altijd licht en lucht en scharrelen iedere dag rond op vers gras in hun mobiele kippenrennen. De voedingsconversie is misschien lager doordat ze meer bewegen, maar daardoor zijn ze ook gezonder en ontwikkelen ze meer smaak. De nitraatrijke mest gaat rechtstreeks naar het land in de juiste verhouding, en zo wordt kippen houden een grondgebonden vorm van landbouw. Eigenlijk is het een mooie synthese tussen het gangbare en het biologische model.Op Ridgedale Permaculture werden Ross-kippen bij wijze van experiment eens voor een jaar gehouden samen met de leghennen. Ze begonnen gigantische eieren te leggen, mee op stok te gaan met de leghennen en te scharrelen door de koeienvlaaien. Het werden kolossen van 8 kilo, zo groot als een kalkoen, maar wel kwiek en gezond. Alle kwalen zijn te wijten aan het te intensieve productiemodel, en dat kan dus perfect vermeden worden.Met deze post hoop ik mijn zoekresultaten op Google alvast een mooie boost te geven. Wildebeek Weidekippen kunnen jullie hier binnenkort bestellen. 😁

Geplaatst door Wildebeek op Woensdag 11 december 2019

“Hoe oud wordt een kip?”, was in 2019 de tweede meest gestelde hoe-vraag op Google. 🐓👀

Het is ook écht een interessante vraag. Om te beginnen hangt het er al van af of het kippen voor eieren zijn, of kippen voor vlees. Een hybride legkip is op 18 weken klaar om te leggen en begint na een jaar begint het legpercentage te zakken. Dat betekent het einde tenzij ze een hobbyhouder vinden die hen wil adopteren.

Een vleeskip wordt in de gangbare kippenhouderij al op 5 weken geslacht. De traag groeiende rassen van de biologische landbouw zoals de Sasso moeten volgens de regels 10 tot 11 weken oud kunnen worden. En dan is de nog interessantere bijvraag: wat is nu het meest ecologisch? De biokip of de kip uit de industrie?

Want de Ross 308 is als doorgefokte hybride misschien het meest efficiënte landbouwdier op aarde. Voor iedere kilo kippenvlees van de Ross is er maar 1,7 kilo voer nodig. Een biokip heeft een veel lagere voederconversie en moet dubbel zo lang gevoed worden. En dan komt er nog eens bij dat de biologische landbouw meer land nodig heeft dan de gangbare om dezelfde hoeveelheid graan te produceren.

Niet dat ik u daarom de consumptie van Oekraïnse plofkippen aanraadt om uw klimaatgeweten te sussen. We weten allemaal hoe hoog de ziektedruk is als tienduizenden dieren samen in een stal zitten; hartaanvallen, tumoren, poten die het begeven… Smaak ontwikkelen doen ze ook al niet, zo zonder beweging. Als we zijn wat we eten, dan is het gewoon geen goed idee.

In de regeneratieve landbouw worden kippen 8 à 9 weken oud. Het zijn de gangbare Ross-hybrides, maar ze hebben altijd licht en lucht en scharrelen iedere dag rond op vers gras in hun mobiele kippenrennen. De voedingsconversie is misschien lager doordat ze meer bewegen, maar daardoor zijn ze ook gezonder en ontwikkelen ze meer smaak. De nitraatrijke mest gaat rechtstreeks naar het land in de juiste verhouding, en zo wordt kippen houden een grondgebonden vorm van landbouw. Eigenlijk is het een mooie synthese tussen het gangbare en het biologische model.

Op Ridgedale Permaculture werden Ross-kippen bij wijze van experiment eens voor een jaar gehouden samen met de leghennen. Ze begonnen gigantische eieren te leggen, mee op stok te gaan met de leghennen en te scharrelen door de koeienvlaaien. Het werden kolossen van 8 kilo, zo groot als een kalkoen, maar wel kwiek en gezond. Alle kwalen zijn te wijten aan het te intensieve productiemodel, en dat kan dus perfect vermeden worden.

Met deze post hoop ik mijn zoekresultaten op Google alvast een mooie boost te geven. Wildebeek Weidekippen kunnen jullie hier binnenkort bestellen.

Pin It on Pinterest